dinsdag 1 april 2014

Mensenkennis

Met dank aan de AH manager-klanten-bind-acties hebben wij  nu aan huis 24/7 een winkeltje geopend. Mijn kinderen hebben al aardig wat mini’s verzameld. Commerciële actie zou je denken. Maar niets is minder waar. Het is super educatief  en stimuleert de creativiteit.

Het begint er mee dat mijn kids ineens graag mee willen als ik boodschappen ga doen. Ze gaan dan, terwijl ik in de winkel ben, bij de ingang leuren en zeuren bij andere klanten. Ken je dat? Ben je net klaar met de martelgang van boodschappen IN je kar laden, UIT je kar op de lopende band en na de lopende band weer terug IN je kar om ze weer UIT je kar IN je fiets of auto te gaan stoppen. Dáár zou de manager klanten-bind-acties eens een goeie actie op moeten verzinnen! Vervolgens kom je bij de uitgang langs een stel kinderen die in koor je toe roepen: heeft u nog……. en dan de naam van de actie. 

Welnu, dat zijn dus onder andere mijn kinderen en ik moet zeggen: het werkt echt erg goed, dus leren mijn kinderen hier al snel:  bedelen wordt beloond. Voordat je nu roept dat dit pedagogisch onverantwoord is: de kinderen doen ook heel veel mensenkennis op bij dit soort acties, dus ik doe ze er in feite een groot plezier mee.

Ik heb eens een keer een tijdje de boel staan observeren en het is heel leerzaam om te zien hoe mensen reageren. Een heel aantal mensen zegt helemaal niets. Negeert de kinderen totaal, alsof er geen vraag gesteld is. Als een hinderlijke vlieg. Wat eigenlijk best bijzonder is. Wij leren onze kinderen toch om antwoord te geven wanneer  je een vraag gesteld wordt. Maar gelukkig, een groot aantal mensen zegt  vriendelijk verontschuldigend: nee. Soms met een reden, soms niet. In ieder geval wordt er gereageerd.

En dan het deel van de mensen dat  de actieproducten graag weg geeft aan de kinderen. Sommigen hiervan doet dit door zo eerlijk mogelijk te verdelen, wat bijna nooit lukt. 
Er was laatst een klant die een heuse hardloop wedstrijd organiseerde om de voetbalplaatjes zo eerlijk mogelijk te verdelen! Dat was vast een leraar basisonderwijs. Mijn kind vond dit in ieder geval erg leuk, misschien mede doordat hij 2e werd en dus een aanzienlijk deel van de plaatjes kreeg.

Maar verreweg de meeste mensen zijn helemaal niet zo origineel weten mijn kinderen inmiddels. De meeste mensen zijn min of meer voorspelbaar. 
Ze voelen feilloos aan hoe volwassenen kiezen en passen hun strategie hierop aan. Hoezo leerzaam?! Normen en waarden worden en passant aangeleerd aan de deur van de super!

Schreeuwen en roepen wordt eigenlijk nooit beloond. Netjes vragen aanzienlijk vaker. Niets vragen trouwens ook hebben ze gemerkt. Het fijnste is om de enige bedelaar te zijn. Mensen vinden het makkelijk en overzichtelijk wanneer er maar 1 kind tevreden te stellen is. Maar goed, op zaterdagmorgen valt dat niet mee. Maar dan, welke plek heb je in de rij, dat maakt namelijk ook nog verschil. Ondanks of misschien wel dankzij sommige spreekwoorden werkt achteraan de rij gaan staan beter dan vooraan. Wellicht worden mensen onbewust beïnvloed door ‘haantje-de-voorste-zijn’  en ‘aan-de-achterste-tiet-liggen’ en passen zo hun keuzes hierop aan….

Bij de voetbalplaatjes werkt het  in je voordeel als je een meisje bent. Dus het hangt ook van de actie af wat je strategie moet zijn. In elk geval werkt een klein-meisje-zijn bijna altijd in je voordeel! Als je dan zelf al een grote jongen bent wordt dat lastig. Maar wie niet sterk is moet slim zijn wordt hier geleerd. Hierdoor is de belangrijkste troef  toch wel  je kleine zusje meenemen. Mam, ach toe, pleeeaaaassse, ik let echt heel goed op d’r. 
De meeste mensen vinden namelijk de bedelende kinderen best irritant en vinden dan de kleinste in elk geval nog het meest vertederend. In dit specifieke actie-geval gaat het volgens mijn kinderen opvallend vaak gepaard met de opmerking: "wat mini’s voor de mini……"

Tot zover de wijze waarop de mini’s ons huis binnenkomen. Maar eenmaal thuis wordt er vrolijk mee gespeeld. De rollen worden verdeeld, de snelste mag kassière zijn,  de slimste is winkelmanager. Er wordt gerekend, onderhandeld, opgeruimd en gesorteerd. Vakken vullen, muntjes tellen, prijzen verzinnen alles is leuk. De enige die er af en toe zat van wordt ben ik zelf: Maaaammmm, wil jij de klant zijn?!

Loslaten

Wij hebben onze peuter een enorm groot plezier gedaan door een prachtige “nieuwe” fiets te scoren. Een echte grote fiets! Met grote wielen en een lekker soepel lopende ketting waardoor zij al snel met hoge snelheid weg fietst. Die paar vierkante meter achtertuin van ons is dan ook al direct te klein, de wereld lonkt en lacht en ligt aan haar voeten. Naar buiten, daar achter de schutting, daar wil ze heen. De ‘peeltuin’ ligt slechts één blok huizen bij ons vandaan, poortje door, straatje over en het grote geluk is daar.

Gelukkig is er altijd wel een grote broer of zus in de buurt die daar ook heen gaat en anders zijn die ook niet te beroerd om de poortdeur in hun onoplettendheid open te laten staan waardoor zij zelfstandig de wijde wereld in kan trekken.

Vorige week ‘mocht’ ik weer even ervaren hoe het ook al weer voelde… Het zweet op mijn bovenlip en mijn wild kloppende hart had zich spontaan verplaatst naar mijn keel: ze was kwijt, foetsie, verdwenen. Niet in huis, niet in de tuin, niet bij de buren, en... nog erger, niet in de ‘peeltuin’. Nadat ik wat driftig heen en weer gelopen had tussen de voordeur via de poort naar de achtertuin (ja, ik vergeet altijd zinnig na te denken op zulke momenten) haastte ik me toch maar weer richting speeltuin.

En zo waar, ik zag haar ineens voorbij schuiven met in haar kielzog een ‘vreemde’ mevrouw. Opluchting en boosheid vochten om voorrang en alsof ik mijn hond riep blafte ik haar naam. “Oh, oh, stamelde de vrouw geschrokken, hoort ze bij U? Ja, ja ik dacht al….”

Ik ben altijd vreselijk blij met mensen die Nadenken! Die gewoon bedenken dat een 3 jarige niet alleen een drukke straat over hoort te steken. Ze vertelt het verhaal in het kort: ze had in de speeltuin met haar kleinkind gespeeld. Oma stapt op met kleinkind en toen is ze hen gewoon achterna gelopen. Drukke weg overgestoken… daar ging ze, hup achter haar pas verworven vriendje aan, de wijde wereld in.
Oma bedacht zich geen moment en bracht haar weer veilig naar de speeltuin terug. Eind goed al goed.

Maar voor mij slechts het begin… het begin van grenzen trekken, tot hoever mag ze gaan, wel of niet alleen naar de speeltuin? Loslaten, vertrouwen, uitleggen dat je nooit maar dan ook nooit zomaar met ‘vreemde’ mensen mag mee gaan, maar wat is een 'vreemd' mens?

Dat je nooit de drukke weg oversteekt zonder mama (maar maham, er kwam toch helemaal geen autoooooo) Duizenden keren achter dat peuterfietsje aan richting de ‘peeltuin’ , eindeloos schommels duwen en op wipwapjes zitten, net zolang totdat ik denk dat ze de vrijheid zelfstandig aankan. Dat ik haar eindelijk een beetje los kan laten…..

Na al die tijd zou ik het toch al wel geleerd moeten hebben? Binnenkort gaat onze oudste op excursie naar het buitenland, ’t is slechts 1 “blok” hiervandaan, maar 1 drukke weg over en dan zit je al in België. Weer een grens overschreden… Zucht… is er ook ergens een cursus: help ik moet mijn kind leren loslaten?

Wijze levenslessen


Ik hoorde vandaag een stukje op de radio dat over opvoeden ging. Altijd een momentje waarop ik de radio even iets harder zet. Maar tijdens dat gesprek werden er 2 schokkende mededelingen gedaan.
Ten eerste. Tijdens de opvoeding van een kind verbruik je 10 miljoen calorieën.... !

Ik wàs natuurlijk al erg blij met mijn 4 schatjes, maar nu constateerde ik opgelucht dat ik dankzij hen ook nog eens niet op dieet hoef!

En wat was het tweede punt? Tsja.... hoe worden dan al die calorietjes verbruikt?
Nou van al die calorieën verbruik je er bijna 9 miljoen aan goede en heel nuttige tips voor je kind. Zoals Doe Maar dat in de jaren 80 ooit verwoordde in het liedje Pa:
Knoop je jas dicht, doe een das om, was eerst je handen - Kam je haren, recht je schouders, denk aan je tanden - Blijf niet hangen, recht naar huis toe, spreek met twee woorden - Stel je netjes voor, eet zoals het hoort en zeg u {u u u...}

Toch prettig dat al die waarschuwingen in elk geval nog effect hebben. Weliswaar niet op je kind maar dan toch op je calorie-verbruik.

"Dan blijft nog slechts 1 miljoen calorieën over om te besteden aan"...... en ik dacht nou, nou komt het, dit zal wel niet zo heel belangrijk zijn.... Als we 9x zoveel energie steken in tips die het ene oor in en het andere oor weer uit gaan. Als je zelf ook opvoeder bent raad ik je aan even goed recht op je stoel te gaan zitten (voordat je onder de tafel zakt)

Dit laatste restje van onze energie gebruiken we voor…. "wijze levenslessen"…..
Wij ouders besteden tijdens de opvoeding van ons kind slechts 1/10 deel van al onze energie aan het uitleggen waar het volgens ons in het leven nou eigenlijk écht om draait.... Oef. Die kwam hard aan.

Toch maar goed dat ik die chocolade eitjes niet in de supermarkt heb laten liggen vanmorgen... kan ik met een goed gevoel snaaien... tsja, ik moet toch echt nog even wat extra calorieën tot me nemen zeg! Het is tenslotte alweer bijna Pasen en ik moet aan mijn schatjes meegeven dat dit het Feest is van onze opgestane Heer. En dat dit is waar het eigenlijk echt om draait in het leven. Ik wist wel dat die eitjes ergens goed voor waren….


dinsdag 3 september 2013

Het leed dat zwemles heet

In Nederland hebben we een aantal gemeenschappelijke opvattingen over wat 'goed opvoeden' is. We doen ons best om van ons kind een aardig, assertief, sociaal maar ook een sportief mens te maken. Fietsen en zwemmen vinden wij Nederlanders basisvaardigheden. Daarom geven we ons kind al heel jong een fiets, eerst met zijwielen en na lang oefenen en luid aanmoedigen laten we ze los. Maar voor wie denkt dat het uitputtend is om achter je kleuter aan te hollen die probeert om te fietsen-zonder-zijwielen, die wacht daarna een ‘warm’ welkom in de wereld van de zwemlessen.

Na jaren langs het zwembad, vroeg ik me af waarom wij in Nederland onszelf deze eis opleggen.
Afgelopen zomer werd weer pijnlijk duidelijk dat er veel kinderen van buitenlandse afkomst zijn die niet kunnen zwemmen en toen wist ik weer waar we het voor doen. Ik las alarmerende berichten dat de zwemvaardigheid van de Nederlanders achteruit gaat. De grote meerderheid van de kinderen, 94 procent, haalt weliswaar minstens het A diploma. Maar minder dan de helft van de kinderen gaat maar door tot en met het C-diploma werd er geklaagd. Ik vind dat eigenlijk niet zo verrassend.

Begin op een willekeurige verjaardag over zwemles en de verhalen komen los. Niet vreemd als je bedenkt dat alleen al een A diploma minimaal 500 euro en anderhalf jaar van je tijd kost. Elke week, na je werkdag (en altijd onder etenstijd) zit je een uur in het zwembad te zweten. Dit kan beter moet een commercieel directeur gedacht hebben en verzon de turbocursus in de zomervakantie. Binnen 3 weken je A-diploma! Wel even 750 euro aftikken graag....
Ik heb overigens nog nooit een commerciële organisatie meegemaakt die zo weinig klantgericht is als een zwembad. Maar ja, voor jou 10 anderen klanten op de wachtlijst.

De theorie over zwemles wijzigt om het jaar. Maar aangezien een zwembad er geen baat bij heeft als je kind zo kort mogelijk op zwemles zit, bekijk ik als ouder deze wijzigingen toch met enige achterdocht. Inmiddels 4 kinderen en 10 jaar zwemleservaring verder kom ik op krap anderhalf jaar per kind, ongeacht welke theorie of hulpmiddelen dan ook. Dat stelt me gerust.

Bij onze oudste werd het leren zwemmen zonder drijfmiddelen gepromoot: “voor een natuurlijke manier van zwemmen”. Rustig watervrij worden in het ondiepe spartelbadje. Daarna kwamen de ouderwetse kurkjes en bordjes weer voorbij. Bij mijn jongste had de commercieel directeur inmiddels bedacht dat ze sneller leerden zwemmen als ze een soort zwemvestje à 50 euro zouden dragen. Uiteraard bij de receptie aan te schaffen, door de ouders zelf. En watervrij maken? Wat een onzin, vanaf les 1 hup in het diepe bad want dan kunnen ze niet staan en dus niet 'smokkelen' ..... Een sprong in het diepe, letterlijk!

Bij de oudste was de gedachte dat het beter was om niet teveel te veranderen, de kinderen bleven als groep bij elkaar en de juf schoof mee met de vorderingen. Groepjes van 10 kinderen, zodat er tijd was voor individuele aandacht. Dat de snelle van-den-Hoogenbandjes hierdoor wel wat vertraagd werden door de langzame angsthaasjes, was onvermijdelijk, het tempo van de groep als geheel was bepalend.
Inmiddels zijn bij de jongste de groepen ongeveer 16 kinderen groot en wordt er ook in de zwemles aan ‘zelfstandig werken’ gedaan door middel van bordjes met picto’s. De helft van het klasje moet ‘zelfstandig zwemmen’ zodat de juf aandacht kan geven aan de andere helft. Ze verdrinken toch niet met een zwemvestje aan. De kinderen die al aan een vordering toe zijn, moeten nu individueel doorschuiven naar de volgende groep. Hierdoor verandert steeds de samenstelling van de groep kinderen en moeten ze weer wennen aan een nieuwe juf. Helaas zijn zwemjuffen eigenlijk altijd in het bezit van een zeer luide schreeuwstem waardoor buikpijn op zwemlesdag gewoonte werd....

Onder invloed van enkele zeden-incidenten met zwemleraren moesten de ouders een tijdlang plaatsnemen langs de rand van het bad. Nadat dit wel heel lastig werken bleek te zijn (al die bemoeizuchtige ouders onder handbereik) zijn de ouders nu verbannen naar een tribune. Hoog, ver weg en toch zicht op je kroost. Daar heerst een hoge luchtvochtigheid en de temperatuur loopt op tot een graad of 45 waardoor je met klotsende oksels en het zweet tot in je reetspleet je bibberende stroeve natte kind weer in zijn kleren mag hijsen.

Alles bij elkaar genomen is het niet zo verwonderlijk dat veel ouders het leren zwemmen een ware uitputtingsslag vinden. Niet voor niets is de BSO in dit gat gesprongen: “Bij ons kan uw kind zwemles volgen, zonder dat u er verder omkijken naar heeft, een uitkomst voor iedere ouder!” roept de BSO blij in zijn advertenties....

De eerstvolgende keer dat je een ouder feliciteert met het A diploma van zijn kind, let dan even op de gelukzalige blik in de ogen. Bedenk dat die blik niet alleen komt door trots maar ook door de enorme opluchting dat het voorbij is!

maandag 24 juni 2013

It takes a village to raise a child?


Wij wonen in een hele gemiddelde woonwijk waar alles er heel gemiddeld aan toe gaat. Wat wij met onze buurtgenoten gemeen hebben is veel. We hebben bijna allemaal een baan met een modaal inkomen, een gekocht rijtjeshuis met in dat huis vaak een man en/of een vrouw met gemiddeld 1,76 kind.
Tot zover erg saai zou je zeggen.
Maar wat onze buren en wij van elkaar verschillen is misschien wel veel meer. We leren onze kinderen normen en waarden alleen iedereen op zijn geheel eigen wijze…  Waar we in onze vriendenkring of familie vooral mensen met dezelfde normen en waarden vinden, is dat in een woonwijk heel anders. Daar wonen
blank en bruin, atheïst en refo, dik en dun, laag- en hoogbegaafd, aadje-plakplaatje en katherina-kakker
gemoedelijk zij aan zij.

Nu ik weer dagelijks in de speeltuin mag komen en daar heerlijk alleen maar aanwezig mag zijn, gun ik ieder kind een plekje in zo’n woonwijk. De kinderen voetballen of schommelen met elkaar en door elkaar heen. Ruzies worden uitgevochten, soms letterlijk. Er worden grenzen verkend, er wordt samengewerkt en er wordt assertiviteit getraind. Motorische en sociale vaardigheden worden in een natuurlijk omgeving geoefend. Democratie viert hoogtij wanneer besloten wordt welk spel gespeeld wordt. Er wordt niet geveinsd, er wordt gezegd wat er gedacht wordt. Ik hoorde mijn kind vragen: hoe heet jij? Het kind antwoordde: dat zeg ik nu effe lekker niet. Geweldig toch? Probeer dat als volwassene nog maar eens zo kort en krachtig voor elkaar te krijgen als je geen zin hebt in een gesprek...
Ik zit er bij en kijk er naar, ik hoef de kinderen in de speeltuin niet op te voeden, ik mag even een toeschouwer zijn aan de zijlijn van hun leven. Want dat is het, in de speeltuin is het ‘leven’ van de kinderen. En kinderen, het zijn net mensen. En de speeltuin is een mini-mensen-maatschappij.

Waar wij als volwassenen alles graag duidelijk maken door iedereen in hokjes te plaatsen doen kinderen daar niet aan mee. Een kind is niet van turkse of surinaamse afkomst, een kind denkt niet in kleur.
Toen mijn zoon eens op zijn hoofd geslagen werd met een schep en al huilend verhaal kwam halen bij mij, wist hij alleen maar te vertellen dat ‘een jongetje met bruine krullen en een moeilijke naam’ hem geslagen had. Later wees hij het ventje aan en zag ik vooral een jongetje met een diepzwarte huidskleur maar dat kenmerk werd niet vermeld door mijn kind.

Een kind ziet de lichamelijke of verstandelijke beperkingen van een ander kind wel maar ziet vooral waar het kind wél goed in is. Mijn kind werd op de schommel eindeloos geduldig geduwd  door een ouder meisje met het syndroom van Down. Toen ik later uitlegde wat haar verstandelijke beperkingen waren en waardoor je dat ook aan haar uiterlijk kon zien vond mijn kind dat duidelijk interessant maar hij constateerde dat ze vooral goed schommels kon duwen.

De buurjongen in de straat met een verstandelijke en lichamelijke beperking maar mét een enorme mooie grote driewielfiets is geliefd omdat je zo leuk achterstevoren bij hem achterop kunt zitten op het bagagerekje tussen de grote achterwielen. Ook is hij grappig genoeg erg goed in het onthouden van kleine details.
Zo vraagt hij op maandag (omdat hij mijn vaste maandag indeling kent) belangstellend aan mij: Heb je vandaag weer lekker met de bus gereden? Zeg eens eerlijk, hoeveel volwassenen kunnen dat?!

Wanneer wij ‘savonds aan tafel praten over een jongetje van chinese afkomst die door nederlandse ouders geadopteerd is, merk ik op dat zijn handen en armen beperkt functioneren. Mijn kind valt even stil en zegt droogjes: maar ik voetbal veel met hem en daar is hij wel goed in.
Ik voel me op mijn plaats gezet. In plaats van zijn beperkingen op te merken ziet mijn kind vooral wat zijn buurjongetje wél goed kan en waar zijn armen gelukkig niet zo voor nodig zijn. Jammer toch eigenlijk dat bij het groter groeien onze kinderen ook onze gewoontes overnemen….

Ik droom van een grote vrijstaande villa in een parkachtige omgeving. Waar rust en ruimte is. Maar zolang ik opgroeiende kinderen heb, gun ik ze nog even de ervaringen en wijsheden uit een hele gemiddelde woonwijk. En ik hoop dat ze er nog eens aan terugdenken later in de grote-mensen-maatschappij..…

dinsdag 14 mei 2013

Voor- en Vroegschoolse Educatie

Dankzij mijn studie ben ik bezig met een onderzoek naar de kwaliteit van VVE.
Voor- en vroegschoolse educatie (vve) is onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid. Het doel is om peuters en kleuters met een mogelijke (taal)achterstand beter voor te bereiden op de basisschool. Dit deed mij terugdenken aan mijn ervaringen van 2 jaar geleden.

Ik las een nieuwsberichtje over een landelijke proef waarbij 2 en 3 jarige peuters met een leer/taalachterstand, 5 ochtenden per week naar school gingen. Doel van de proef was om de prestaties van jonge leerlingen met een (taal)achterstand vroegtijdig te verbeteren. Rotterdam had inmiddels laten weten hier aan deel te nemen. Ouders van kinderen die dit nodig hebben, werden net zo lang bezocht(!) totdat ze hun kind “vrijwillig” wilden inschrijven op een voorschool.

Ik vroeg mij toen af: wie constateert dan een leerachterstand van 2 à 3 jarigen?
Het consultatiebureau? De peuterspeelzaal? De ouders zelf?
Ik had zelf een kind uit deze doelgroep rond lopen in huis. Heerlijk! Zij was de jongste van onze
4 kids en ik moest er niet aan denken dat zij óók 5 ochtenden in de week om kwart voor 8 gewassen, gekamd, gekleed en gevoed klaar zou moeten staan. Dat vond zij trouwens zelf ook.

Ik had geen innige relatie met het consultatiebureau. Ik werd als moeder, zonder betaalde baan buitenshuis, argwanend bekeken. Mijn kind kwam niet op een kinderdagverblijf, en ook niet op de peuterspeelzaal. Ik wilde heel graag fulltime voor mijn kinderen zorgen, zelf tijd hebben om spelletjes met ze te doen en naar de bieb te gaan. En door speelgroepjes te organiseren in ons sociale netwerk werd er ook voldoende samengespeeld en geknutseld. Maar dat dit ervaren werd als een combinatie van ‘risicofactoren’ kwam duidelijk naar voren in de kritische vragen tijdens mijn bezoekjes aan het consultatiebureau. Of ik zelf wel genoeg sociale contacten had was bijvoorbeeld een steeds terugkerende vraag. (lees: ambitieloze moeder houdt kind in kansarme omgeving)

Dus toen mijn 2 jarige peuter nog geen zinnen van 2 woorden kon vormen gingen alle alarmbellen af op het consultatiebureau. Mijn nuchtere constatering dat ze bij mij allemaal pas gingen praten ná hun 2e verjaardag werd met een frons in het dossier genoteerd. “moeder maakt zich nog geen zorgen” mompelde ze… 
“De oudere kinderen zijn ook echte praters geworden” probeerde ik mijzelf blozend toch nog te verantwoorden. “Ze hebben inmiddels een enorme woordenschat ontwikkelt en nu verlang ik regelmatig terug naar die peutertijd…”
Maar ook ons gevoel voor humor deelden wij niet en de ironie ontging haar.

Gelukkig is ook deze jongste spruit is gaan praten en hoe! Toch voor de zekerheid maar even gekeken hoe de stand van zaken volgens de kenners zou moeten zijn op 3 jarige leeftijd. En ik las het volgende:
Spraak is voor 90% verstaanbaar. Nou daar is gelukkig niets mis mee. Maar daarna begint de ellende.
Kent haar achternaam/straat en sekse. Dit is een lastig puntje, haar achternaam weigert zij namelijk. Hier moet ik eerlijk toegeven dat ik denk dat dat komt doordat ik altijd haar voor- en achternaam brul op het moment dat zij ongehoorzaam is…..
Ik lees verder: Begrijpt tegenstellingen en begrip van tijd.
Ook tegenstellingen begrijpt zij nog niet volkomen. Zo zei zij: ik heb ‘auwe’ (lees: zere) billen.
Ik: oh? Ouwe billen, heb je geen jonge billen dan? Zij: neeee, geen jonge billen, meisjes billen…J
Het kind neemt deel aan conversaties en blijft bij het onderwerp.
Ik val even stil en denk na. Ook dit onderdeel beheerst zij echt nog niet! Mijn 3 jarige kabouter kletst weliswaar de oren van mijn hoofd, maar praat overal dwars doorheen, praat vooral graag over haar eigen interesses en blijft al helemaal niet bij het onderwerp.
Maar bij nader inzien ken ik ook heel veel volwassenen die moeite hebben met dit onderdeel dus laat ik hier maar niet te zwaar aan tillen…….

En als laatste criterium: Verwoordt ideeën, observaties en relaties.
Opgelucht constateer ik dat onze kleine meid wél heel kan goed observeren.
Zo vroeg zij pas: wat ga je doen? Ik zei: De kerstlampjes weghalen. Zij: Waarom?
Ik: Omdat het nu geen kerst meer is en het zijn ‘kerst’lampjes. Zij: Waarom?
Ik: Omdat het gezellig is om met kerst veel lampjes op te hangen. Zij: Waarom?
Oké, nu zou er een heel verhaal over het Feest van Licht kunnen volgen. Maar dat deed ik niet, ik zei simpel: omdat het donkere dagen zijn. Waarop zij vroeg: En waarom nu niet meer dan? Ik zei: Ehmm… nou ja, nu eigenlijk nog steeds. Ze was even stil en zei droog: Maar waarom gaan ze dan weg?.....
Dus daarom heb ik nu begin maart nog steeds 1 snoertje kerstlampjes aan.
Héérlijk zo’n kwebbel om je heen. Nog minstens een jaar houd ik haar thuis.
We leren hier thuis samen genoeg.

Voor diegene die zich ernstig zorgen maken over mijn pedagogische (on)verantwoordelijkheid, mijn dochter is inmiddels 5 jaar en stroomt binnenkort vervroegd door naar groep 3 dus het is allemaal goed gekomen!
Dankzij of ondanks haar moeder………