Voor- en vroegschoolse educatie (vve) is onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid. Het doel is om peuters en kleuters met een mogelijke (taal)achterstand beter voor te bereiden op de basisschool. Dit deed mij terugdenken aan mijn ervaringen van 2 jaar geleden.
Ik las een nieuwsberichtje over een landelijke proef waarbij 2 en 3 jarige peuters met een leer/taalachterstand, 5 ochtenden per week naar school gingen. Doel van de proef was om de prestaties van jonge leerlingen met een (taal)achterstand vroegtijdig te verbeteren. Rotterdam had inmiddels laten weten hier aan deel te nemen. Ouders van kinderen die dit nodig hebben, werden net zo lang bezocht(!) totdat ze hun kind “vrijwillig” wilden inschrijven op een voorschool.
Ik vroeg mij toen af: wie constateert dan een leerachterstand van 2 à 3 jarigen?
Het consultatiebureau? De peuterspeelzaal? De ouders zelf?
Ik had zelf een kind uit deze doelgroep rond lopen in huis. Heerlijk! Zij was de jongste van onze
4 kids en ik moest er niet aan denken dat zij óók 5 ochtenden in de week om kwart voor 8 gewassen, gekamd, gekleed en gevoed klaar zou moeten staan. Dat vond zij trouwens zelf ook.
Ik had geen innige relatie met het consultatiebureau. Ik werd als moeder, zonder betaalde baan buitenshuis, argwanend bekeken. Mijn kind kwam niet op een kinderdagverblijf, en ook niet op de peuterspeelzaal. Ik wilde heel graag fulltime voor mijn kinderen zorgen, zelf tijd hebben om spelletjes met ze te doen en naar de bieb te gaan. En door speelgroepjes te organiseren in ons sociale netwerk werd er ook voldoende samengespeeld en geknutseld. Maar dat dit ervaren werd als een combinatie van ‘risicofactoren’ kwam duidelijk naar voren in de kritische vragen tijdens mijn bezoekjes aan het consultatiebureau. Of ik zelf wel genoeg sociale contacten had was bijvoorbeeld een steeds terugkerende vraag. (lees: ambitieloze moeder houdt kind in kansarme omgeving)
Dus toen mijn 2 jarige peuter nog geen zinnen van 2 woorden kon vormen gingen alle alarmbellen af op het consultatiebureau. Mijn nuchtere constatering dat ze bij mij allemaal pas gingen praten ná hun 2e verjaardag werd met een frons in het dossier genoteerd. “moeder maakt zich nog geen zorgen” mompelde ze…
“De oudere kinderen zijn ook echte praters geworden” probeerde ik mijzelf blozend toch nog te verantwoorden. “Ze hebben inmiddels een enorme woordenschat ontwikkelt en nu verlang ik regelmatig terug naar die peutertijd…”
Maar ook ons gevoel voor humor deelden wij niet en de ironie ontging haar.
Gelukkig is ook deze jongste spruit is gaan praten en hoe! Toch voor de zekerheid maar even gekeken hoe de stand van zaken volgens de kenners zou moeten zijn op 3 jarige leeftijd. En ik las het volgende:
Spraak is voor 90% verstaanbaar. Nou daar is gelukkig niets mis mee. Maar daarna begint de ellende.
Kent haar achternaam/straat en sekse. Dit is een lastig puntje, haar achternaam weigert zij namelijk. Hier moet ik eerlijk toegeven dat ik denk dat dat komt doordat ik altijd haar voor- en achternaam brul op het moment dat zij ongehoorzaam is…..
Ik lees verder: Begrijpt tegenstellingen en begrip van tijd.
Ook tegenstellingen begrijpt zij nog niet volkomen. Zo zei zij: ik heb ‘auwe’ (lees: zere) billen.
Ik: oh? Ouwe billen, heb je geen jonge billen dan? Zij: neeee, geen jonge billen, meisjes billen…J
Het kind neemt deel aan conversaties en blijft bij het onderwerp.
Ik val even stil en denk na. Ook dit onderdeel beheerst zij echt nog niet! Mijn 3 jarige kabouter kletst weliswaar de oren van mijn hoofd, maar praat overal dwars doorheen, praat vooral graag over haar eigen interesses en blijft al helemaal niet bij het onderwerp.
Maar bij nader inzien ken ik ook heel veel volwassenen die moeite hebben met dit onderdeel dus laat ik hier maar niet te zwaar aan tillen…….
En als laatste criterium: Verwoordt ideeën, observaties en relaties.
Opgelucht constateer ik dat onze kleine meid wél heel kan goed observeren.
Zo vroeg zij pas: wat ga je doen? Ik zei: De kerstlampjes weghalen. Zij: Waarom?
Ik: Omdat het nu geen kerst meer is en het zijn ‘kerst’lampjes. Zij: Waarom?
Ik: Omdat het gezellig is om met kerst veel lampjes op te hangen. Zij: Waarom?
Oké, nu zou er een heel verhaal over het Feest van Licht kunnen volgen. Maar dat deed ik niet, ik zei simpel: omdat het donkere dagen zijn. Waarop zij vroeg: En waarom nu niet meer dan? Ik zei: Ehmm… nou ja, nu eigenlijk nog steeds. Ze was even stil en zei droog: Maar waarom gaan ze dan weg?.....
Dus daarom heb ik nu begin maart nog steeds 1 snoertje kerstlampjes aan.
Héérlijk zo’n kwebbel om je heen. Nog minstens een jaar houd ik haar thuis.
We leren hier thuis samen genoeg.
Voor diegene die zich ernstig zorgen maken over mijn pedagogische (on)verantwoordelijkheid, mijn dochter is inmiddels 5 jaar en stroomt binnenkort vervroegd door naar groep 3 dus het is allemaal goed gekomen!
Dankzij of ondanks haar moeder………
Maar ook ons gevoel voor humor deelden wij niet en de ironie ontging haar.
Gelukkig is ook deze jongste spruit is gaan praten en hoe! Toch voor de zekerheid maar even gekeken hoe de stand van zaken volgens de kenners zou moeten zijn op 3 jarige leeftijd. En ik las het volgende:
Spraak is voor 90% verstaanbaar. Nou daar is gelukkig niets mis mee. Maar daarna begint de ellende.
Kent haar achternaam/straat en sekse. Dit is een lastig puntje, haar achternaam weigert zij namelijk. Hier moet ik eerlijk toegeven dat ik denk dat dat komt doordat ik altijd haar voor- en achternaam brul op het moment dat zij ongehoorzaam is…..
Ik lees verder: Begrijpt tegenstellingen en begrip van tijd.
Ook tegenstellingen begrijpt zij nog niet volkomen. Zo zei zij: ik heb ‘auwe’ (lees: zere) billen.
Ik: oh? Ouwe billen, heb je geen jonge billen dan? Zij: neeee, geen jonge billen, meisjes billen…J
Het kind neemt deel aan conversaties en blijft bij het onderwerp.
Ik val even stil en denk na. Ook dit onderdeel beheerst zij echt nog niet! Mijn 3 jarige kabouter kletst weliswaar de oren van mijn hoofd, maar praat overal dwars doorheen, praat vooral graag over haar eigen interesses en blijft al helemaal niet bij het onderwerp.
Maar bij nader inzien ken ik ook heel veel volwassenen die moeite hebben met dit onderdeel dus laat ik hier maar niet te zwaar aan tillen…….
En als laatste criterium: Verwoordt ideeën, observaties en relaties.
Opgelucht constateer ik dat onze kleine meid wél heel kan goed observeren.
Zo vroeg zij pas: wat ga je doen? Ik zei: De kerstlampjes weghalen. Zij: Waarom?
Ik: Omdat het nu geen kerst meer is en het zijn ‘kerst’lampjes. Zij: Waarom?
Ik: Omdat het gezellig is om met kerst veel lampjes op te hangen. Zij: Waarom?
Oké, nu zou er een heel verhaal over het Feest van Licht kunnen volgen. Maar dat deed ik niet, ik zei simpel: omdat het donkere dagen zijn. Waarop zij vroeg: En waarom nu niet meer dan? Ik zei: Ehmm… nou ja, nu eigenlijk nog steeds. Ze was even stil en zei droog: Maar waarom gaan ze dan weg?.....
Dus daarom heb ik nu begin maart nog steeds 1 snoertje kerstlampjes aan.
Héérlijk zo’n kwebbel om je heen. Nog minstens een jaar houd ik haar thuis.
We leren hier thuis samen genoeg.
Voor diegene die zich ernstig zorgen maken over mijn pedagogische (on)verantwoordelijkheid, mijn dochter is inmiddels 5 jaar en stroomt binnenkort vervroegd door naar groep 3 dus het is allemaal goed gekomen!
Dankzij of ondanks haar moeder………